Angst en angststoornissen

Iedereen kent in zekere mate angstige gevoelens. Elk mens heeft ze. Dat komt omdat angst eigenlijk een normale, gezonde en soms zelfs levens-beschermende reactie is. 

angst en depressie

Als je angst ervaart, dan bevindt je lichaam zich in een soort alarmtoestand. Het is een signaal dat er gevaar dreigt. Eigenlijk is angst een soort verdedigingssysteem, dat ons sinds de vroegste tijden, helpt om te overleven.

Ons intern alarmsysteem functioneert nog steeds op dezelfde manier als dat van een oermens. Ook al leven we niet meer in een tijd waarin wilde dieren ons kunnen verscheuren en hebben we bijna allemaal een veilige plaats om in te wonen. 

Zo kan je ook een zeer belangrijke deadline op het werk, als een 'bedreiging' ervaren worden. Je hartslag versnelt, je zal sneller ademen en er komen allerlei stoffen in je lichaam vrij zoals adrenaline en cortisol. Het maakt voor ons intern alarmsysteem eigenlijk niet uit of het nu gaat over een deadline die je niet mag missen of een brullende beer die op je afstormt. 

Daarnaast is het aantal stressfactoren in onze hedendaagse maatschappij erg toegenomen. Zo kan je constant het nieuws volgen op televisie of je mobiele telefoon, zijn er steeds meer files op de wegen, is er meer lawaaihinder, ... . De combinatie van het opvoeden van kinderen en een veeleisende job is er doorheen de jaren, waarschijnlijk ook niet makkelijker op geworden.  En dat zijn nog maar een paar van de mogelijke stressfactoren die ons systeem de ganse dag beïnvloeden.

angst en stress

Een angstreactie maakt dat:

  • je ademhaling stijgt (soms ervaar je ademnood door hyperventilatie),
  • je hartritme stijgt (hartkloppingen, druk op de borst, zweten,...),
  • je voelt je onrustig, gejaagd, nerveus
  • en je bloedtoevoer gaat vooral richting je ledematen (spierspanning, tintelen, beven, trillen)
  • en gaat minder naar op dat moment onnodige lichamelijke lichaamsfuncties zoals de spijsvertering (diarree, misselijkheid, knoop in de maag) en het hoofd (bleek, ijl in hoofd, duizelig, dof/onwerkelijk gevoel).    

Angststoornis

angstoornissen

Als angst niet meer in verhouding staat tot datgene waar je bang voor bent en enkele maanden aanhoudt, dan wordt het problematisch. De angst kan dan zo verlammend zijn dat je allerlei zaken gaat vermijden. Dat kan een ernstige impact hebben op je leven. Vaak kom je dan in een vicieuze cirkel terecht, waardoor je eigenlijk alsmaar meer gaat vermijden en je steeds angstiger wordt. Het wordt dan angst voor de angst... Dan is er sprake van een angststoornis.

Frequentie

Een angststoornis behoort tot één van de meest voorkomende psychische stoornissen en ze ontstaat meestal tussen de leeftijd van 15 en 30 jaar. In België heeft ongeveer 13% van de bevolking last van een angststoornis. Dat komt overeen met 1 op acht Belgen. Bij vrouwen komt het dubbel zo vaak voor dan bij mannen. 25% van de Belgische bevolking heeft in zijn of haar leven ooit een paniekaanval ervaren.

Als je last hebt van een angststoornis of bijvoorbeeld een paniekaanval doormaakte, dan ben je dus zeker niet alleen. In België zoekt 39% van de volwassenen professionele hulp, in de meeste gevallen daarvan bij een huisarts (80%) of psychiater.

Oorzaken

Verschillende factoren spelen een rol bij een angststoornis. De ene persoon lijkt er kwetsbaarder voor te zijn dan anderen.

Sommige persoonlijkheidskenmerken kunnen sneller aanleiding geven tot het ontwikkelen van een angststoornis, zoals:

  • een zeer sterk verantwoordelijkheidsgevoel
  • behoefte aan controle
  • wantrouwigheid
  • onzekerheid of vrees om iets verkeerd te doen
  • neiging tot perfectionisme
  • moeilijk gevoelens kunnen uiten
  • conflict vermijdend

Familiestudies wijzen ook op een zekere ‘erfelijke’ gevoeligheid. Angsten komen in bepaalde families meer voor dan in andere.

Ervaringen uit je verleden (vroege kindertijd) en aangeleerde reacties (o.a. door opvoeding) bepalen voor een groot deel hoe je met angstgevoelens omgaat. We leren met angst omgaan, door te zien hoe anderen met angsten omgaan.

Bepaalde levensgebeurtenissen spelen een mogelijke rol en kunnen een (onderliggende) kwetsbaarheid naar boven brengen. Bijvoorbeeld bij een overlijden, een verhuis, een relatiebreuk, een schokkende gebeurtenis… .

Tenslotte kunnen ook chronische stress, een hoge werkdruk of aanslepende relatieproblemen een aanleiding vormen.

Vormen van angststoornissen

angsstoornis paniekaanval

Angststoornissen kunnen verschillende vormen aannemen, we beschrijven hieronder de voornaamste.

1. Paniekstoornis

Een paniekstoornis houdt in dat je geregeld paniekaanvallen krijgt zonder dat daar een duidelijke reden voor is of dat er écht gevaar dreigt. Een paniekaanval begint plots en er wordt snel een piek bereikt.

Symptomen van een paniekaanval kunnen de volgende zijn: hartkloppingen, pijn op de borst, kortademigheid (verstikkingsgevoel), warmteopwellingen (zweten), duizeligheid, trillen en tintelingen, misselijkheid, vrees om te sterven, gevoel van onwerkelijkheid, vrees om gek te worden.

Bij een paniekaanval denk je dat er gevaar dreigt en reageert je lichaam daarop. Situaties (lange wachtrij, kleine ruimte, …), maar ook gedachten (“hier heb ik al eens een paniekaanval gekregen, dit ga ik niet aankunnen, …"), gewaarwordingen (hoofdpijn, hongergevoel, …) en herinneringen kunnen een paniekaanval uitlokken.

Een paniekaanval kan ook uitgelokt worden door de angst voor de paniekaanval zelf.

25% van de Belgische bevolking heeft ooit in zijn of haar leven last gehad van een paniekaanval. 2% kampte ooit met een paniekstoornis.

2. Sociale angststoornis

Een sociale angststoornis betekent dat je aanhoudend last hebt van een extreme en onterechte angst in sociale of prestatiegerichte situaties (bijvoorbeeld je angstig voelen voor een beoordeling). Je voelt je dan erg op je ongemak in sociale situaties of gaat deze zoveel mogelijk vermijden.

Dat kan gaan over angst om te blozen of te trillen en je onzeker voelen in gezelschap, tot angst om iets niet goed te doen of vreemd over te komen.

2% van de Belgische bevolking heeft ooit in zijn of haar leven last gehad van een sociale angststoornis.

3. Fobieën

Van fobieën spreken we als je angst voor iets heel specifiek ontwikkelt. Hoogtevrees, angst voor kleine ruimtes (claustrofobie), voor drukke plekken met veel mensen, waar je niet goed weg kan (agorafobie) of vliegangst, zijn daar enkele voorbeelden van.

Er bestaan heel veel soorten fobieën. Een fobie hoeft niet per se problematisch te zijn: hoogtevrees hebben is niet erg zolang je niet ergens op moet klimmen. Angst voor spinnen hoeft geen probleem te zijn als er iemand in huis is die voor jou de spinnen weghaalt.

Een aantal fobieën kan echter wel een enorme impact hebben op je dagelijks leven. Ze kunnen maken dat je heel veel normale zaken in het leven gaat mijden.

7% van de Belgische bevolking heeft ooit in zijn of haar leven last gehad van een fobie.

4. Gegeneraliseerde angsstoornis

Met een gegeneraliseerde angststoornis ben je langer dan zes maanden vrijwel continu angstig, zonder dat daar een duidelijke aanleiding voor is. De angstige gevoelens gaan gepaard met piekeren en lichamelijke klachten

Je bent dan eigenlijk voortdurend gespannen en prikkelbaar en de minste aanleiding is genoeg om je enorm ongerust en angstig te voelen. Daarnaast staat piekeren doorgaans op de voorgrond. Piekeren over allerlei problemen die je in de toekomst zouden kunnen overkomen. Doordat je onzeker wordt van deze angsten en uitgeput geraakt, ga je allerlei situaties uit de weg.

3% van de Belgische bevolking heeft ooit in zijn of haar leven last gehad van een gegeneraliseerde angststoornis.

5. Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

PTSS kan na een nare traumatiserende ervaring ontstaan. Bijvoorbeeld na een overval, seksueel misbruik, een auto-ongeluk, een gevecht, of het getuige zijn van een schokkende gebeurtenis.

Een traumatische ervaring hoeft niet eenmalig te zijn en kan ook langdurig aanhouden in de tijd, bijvoorbeeld bij ernstige verwaarlozing of chronisch seksueel misbruik.

Bij PTSS herbeleef je de ervaring vaak in je gedachten of dromen (nachtmerries).
Een situatie in je leven die je doet denken aan de nare ervaring die je meemaakte (een 'trigger' of uitlokker), kan dan een traumatische herbeleving uitlokken. Je voelt je dan constant gespannen.

Ongeveer 7% van de bevolking had ooit last van aan PTSS.

6. Obsessief-compulsieve stoornis (OCS)

Bij een OCS of dwangstoornis heb je last van steeds terugkerende dwanggedachten (of obsessies) en dwanghandelingen (of compulsies). Vaak maken deze gedachten je angstig en ervaar je een gevoel van onrust. Je probeert de dwanggedachten te neutraliseren of te onderdrukken. Vaak doe je dit door het uitvoeren van één of meerdere dwanghandelingen.

Voorbeelden zijn: je denkt voortdurend aan mogelijke besmettingen, je gaat overmatig de handen wassen, je gaat veelvuldig controleren of het gasvuur wel uitstaat, je gaat extreem poetsen,… .

1-4% van de Belgische bevolking heeft ooit in zijn of haar leven last gehad van een obsessief compulsieve stoornis.

Angst en depressie

angst en depressie

Angst en depressie komen vaak samen voor. Een angststoornis heeft een grote invloed op iemands leven, waardoor veel mensen zich somber gaan voelen. Deze somberheid kan uitgroeien tot een depressie. Omgekeerd kunnen mensen met een ernstige depressie, ook angstig worden als gevolg van de ervaringen die een depressieve stoornis met zich meebrengt.

Een goede diagnose kan soms moeilijk zijn als iemand zowel symptomen van een depressie, als een angststoornis vertoont. Er zijn ook wel wat overlappingen tussen angststoornissen en een depressieve stoornis. Ze delen vaak dezelfde kenmerken.

Net zoals bij een gegeneraliseerde angststoornis, komt piekeren frequent voor bij een depressie. Iemand die angstig is kan zijn of haar interesse en plezier ook verliezen in dagdagelijkse dingen vanwege de constante behoefte om de angstsymptomen te vermijden. Angststoornissen kunnen ertoe leiden, dat iemand zich erg eenzaam, alleen en onbegrepen voelt. Perfectionisme, een laag zelfbeeld of eigenwaarde, concentratiestoornissen, slaapgebrek en een gebrekkige eetlust kunnen zowel voorkomen bij of aan de basis liggen van zowel een depressieve-, als een angststoornis.

De rol van vermijding

angst en vermijding

Als er echt gevaar is, dan is angst natuurlijk heel handig en kan het je leven redden. Echter net zoals bij een alarmsysteem in een huis, kan het alarmsysteem in ons hoofd te scherp zijn afgesteld. Dit kun je dus zien als loos alarm.

Het lastige is dat het alarmsysteem altijd eerder geactiveerd wordt dan dat jij erover na kunt denken. Het angstalarm kan zo sterk aanwezig zijn, waardoor je gedachten worden 'overschreeuwd'. Dit soort situaties worden vervolgens weer in het brein opgeslagen als mogelijk gevaarlijk. De kans is daardoor groot dat je steeds meer situaties gaat vermijden die in feite niet gevaarlijk zijn.

Vermijden is een bijna vanzelfsprekende reactie op het gevaar dat je vreest. Zo kan het gebeuren dat je in een soort vicieuze cirkel terecht komt en je meer en meer situaties gaat vermijden, waardoor je jezelf steeds meer afzondert en isoleert, mogelijk zelfs tot op het punt dat je niet meer buiten durft komen. Je angstige gedachten gaan dan een eigen leven leiden en worden niet meer gecorrigeerd, omdat je steeds wegloopt van situaties waar je er last van kan hebben.

Belangrijk is echter dat je kan ervaren dat jouw alarmsysteem te scherp staat afgesteld en dat het kan gecorrigeerd worden. Dat kan enkel door er niet langer van weg te lopen en te vermijden, je angst niet uit de weg te gaan, maar er naar te leren kijken. In kleine stappen de confrontatie met je angst aan te gaan, je angsten te analyseren en er met andere mensen over te praten.

Wat je zelf kan doen en behandeling

angst overwinnen

Wat kan je zelf doen?

Hoe moeilijk het ook is, probeer de situaties waarbij je angst voelt niet uit de weg te gaan. Het is belangrijk om te beseffen dat als je blijft vermijden, je op termijn steeds meer angst zult voelen...

Een aantal tips kunnen helpen om je angst beter te begrijpen, en ze een stapje voor te blijven:

  • Schrijf op wat je denkt en voelt in situaties die bij jou angst uitlokken, en hoe je hierop reageert. Doe dit wanneer je de angst voelt opkomen.
  • Probeer op die momenten ook de (automatische) angstgedachten in vraag te stellen en probeer te bedenken wat je zou kunnen geruststellen. Het helpt ook om deze positieve gedachten op te schrijven, zodat je ze op moeilijke momenten kunt nalezen.
  • Ga op zoek naar ontspanning, door je bijvoorbeeld op je ademhaling te concentreren. Adem via je buik en probeer geleidelijk je ademhaling te vertragen. Op die manier kun je op het moment dat je de spanning en angst voelt opkomen je aandacht afleiden.
  • Zoek steun bij mensen die je vertrouwt.
  • Weet dat de paniekgevoelens en spanning die met je angst samengaan, vanzelf minderen na enige tijd. Het is bijzonder nuttig om angstige situaties ‘te doorstaan’. Te voelen wat er te voelen valt en dat te leren (ver)dragen. Het is namelijk belangrijk om te leren dat er niet zoveel reden was om bang te zijn.
  • Vermijd ook te veel cafeïne en alcohol, omdat deze stoffen angstsymptomen kunnen uitlokken en verergeren.
  • Wandelen en sporten verhoogt je veerkracht. Beweeg, al is het maar een half uurtje per dag.

Over behandeling

Als eerste stap neem je contact op met je huisarts. Die zal nagaan of en aan welke angststoornis je lijdt. Het succes van een behandeling hangt namelijk af van de juiste diagnose en het uitklaren van wat de problemen en emoties zijn waarmee je worstelt.

Voor ernstige angsstoornissen wordt vaak naar een psycholoog verwezen.
Cognitieve gedragstherapie blijkt een zeer geschikte behandeling voor angststoornissen. Je leert dan de lichamelijke reacties die je ondervindt anders te begrijpen wanneer je aan een angstprikkel wordt blootgesteld. Daarnaast wordt er gewerkt aan het doorbreken van je vermijdingsgedrag. Zo wordt de vicieuze cirkel van de angst doorbroken.

In sommige gevallen kan een arts kan ook tijdelijk geneesmiddelen voorschrijven, meestal antidepressiva. Angstremmers en kalmeerpillen zijn NIET geschikt omdat ze het onderliggende probleem niet wegnemen, het vermijdingsgedrag vaak versterken en bovendien verslavend zijn. Na een tijdje werken ze niet meer zo goed en als je ermee stopt komen de angstsymptomen in alle hevigheid terug, vaak nog sterker dan voordien.

Bij een gegeneraliseerde angststoornis kan mindfulness ondersteunend werken.