Herstelverhalen

Herstellen van depressie doe je op je eigen manier. Er is geen kant-en-klare oplossing voorhanden. Toch valt er veel te leren uit de herstelverhalen van mensen die hun weg gevonden hebben. Wil je zelf bijdragen aan deze rubriek? Stuur je verhaal naar ons

Lisa

De overgang naar het jaar 2000 staat in mijn geheugen gegrift. Het was de aanvang van een helse periode met een zware impact op mijn leven en dat van mijn gezin. Tijdens de jaren voordien verloren we ons zoontje van vijf weken, drie maanden later stierf mijn moeder en daarna kreeg mijn vader de eerste symptomen van alzheimer. Ondertussen zorgde ik voor mijn grootouders. Toen mijn grootmoeder (die ik beschouwde als een tweede moeder) stierf, viel de zorg voor anderen plots weg. Zes maand later viel ik in een zwart gat, ik was op...

Lees verder

Ik begon contacten te mijden en bedolf me onder mijn werk. Zelfs na een deugddoende vakantie viel ik terug in die leegte, ik gaf eerst niet toe, bleef werken, bleef me uitputten en zweeg over mijn toestand. Waar was mijn levenslust en het optimisme? Niemand begreep het.

In november 2000 werd ik opgenomen, totaal ontredderd, had oriëntatiestoornissen, at niet en had maagklachten. Ik zat uren voor me uit te staren, reageerde op niks meer, sliep niet en had zware angstaanvallen waarbij ik altijd wegliep.

Mijn man stond me bij, maar had het er heel moeilijk mee. Hij kon mijn angsten goed relativeren, we wandelden veel, soms zonder één woord te spreken. Hij liet me nooit in de steek. Op mijn werk zorgde mijn vriendin voor me en nam veel werk over. Maar op den duur liep het totaal fout en werd ik opgenomen. Het zou een opname worden van drie maand en het werden er negen!

We hadden daar de mogelijkheid om vegetarisch te eten en ik voelde mij daar goed bij. Iedere dag kwam mijn man me bezoeken, maar hij had het zeer lastig met twee pubers thuis. Het was zwaar, ik vergat veel en leefde in mijn eigen wereld. Die negen maanden heb ik alleen maar volgehouden door te sporten, want daardoor voelde ik me beter. Uren aan een stuk speelde ik badminton, ging joggen en deed fitness. Ook tekenen was een uitlaatklep. Ik schuwde echter de groep en de drukte, stond vroeg op en at alleen.

Mijn man haalde mij na negen maanden weg, tegen de zin van de dokters, ik maakte geen vooruitgang meer. Nu moest ik weer het heft in eigen handen nemen, weer leven en me niet laten leven. In het begin voelde ik me zeer onrustig thuis, stond om vijf uur op, ging lopen of wandelen. Ik had ook last van angstaanvallen, maar stapsgewijs ging ik vooruit.

Wat mij na drie jaar weer een normaal leven gaf, was de volharding en de hulp van mijn man en mijn vriendin. Ze gaven niet op. Ik kon uren met ze praten, hoewel dat soms confronterend was voor mij.  Ze waren begripvol, dwongen met zachte hand om op tijd op te staan, mezelf te verzorgen, eten te maken, enz... We wandelden veel samen en ik begon terug grip te krijgen op mijn leven.  Bewegen en wandelen waren de beste remedie voor mij. Op zaterdag wandelde ik met andere vrienden, soms tot 50 kilometer per dag.

Toen ik me beter kon concentreren las ik veel boeken en wist op den duur waar ik moest op letten: mijn grenzen bewaken, op tijd rusten, geen rumoerige en drukke plaatsen bezoeken. Mij langzaam integreren in de maatschappij en de dingen weer aanpakken waar ik bang voor was. Als iets fout liep moest ik dat leren aanvaarden, het was een leerproces.

De mensen in mijn omgeving begrepen me vaak niet, reageerden dan kwetsend. Veel vrienden bleven weg, toch bleef ik moed putten uit mijn gezin en mijn trouwe vriendin en haar man. Uiteindelijk ging ik enkele uren per week werken, maar ook daar botste ik vaak op onbegrip.

Toch bouwde ik geleidelijk mijn medicatie af, had afkick verschijnselen, kreeg fytotherapie om me sterker te maken. Wekelijks bleef ik naar de psychiater gaan. Ondertussen volgde ik shiatsu, tai-chi, relaxatie, vele cursussen en sessies, en kreeg daardoor meer grip en inzicht in mezelf. Ik schilderde ook en begon zelf mensen te helpen die depressief waren. Door me in te zetten voor anderen kreeg ik een duidelijker beeld over hoe ik zelf dingen moest aanpakken.

In 2004 werkte ik weer in een job waarin ik voor alles verantwoordelijk was, van begin tot einde. Ik bleef ook veel aan sport doen en kreeg weer levenslust.

Dit heb ik geleerd: niks gaat vanzelf, een opname kan tijdelijk nodig zijn, maar uiteindelijk moet je terug in het echte leven stappen. Een depressie confronteert je met je rauwe zelf. Je hebt vele kapstokken nodig die je terug grond onder de voeten geven. Maar je moet zelf uit dat zwarte gat kruipen, met vallen en opstaan. Wanneer dat eindelijk lukt, krijg je een ongelooflijk gevoel van voldoening, je bent een ander mens.

De valkuilen moet je leren zien en aanpakken, niet met zelfmedelijden, maar met doorzetten en anderen te helpen. In 2013 kreeg ik borstkanker, dat was opnieuw een zware klap, met een moeilijke en lange behandeling tot gevolg. Maar geen moment ben ik depressief geworden. Ik voelde een enorme kracht in mij. Maar de aandacht, de hulp en het begrip dat ik nu kreeg, stond in schril contrast met het onbegrip dat ik ondervonden had tijdens mijn depressie.

Door mijn depressie ben ik zelf gekropen, met de steun van een fantastische echtgenoot.

Sofie (38 jaar)

Ongeveer 15 jaar geleden ben ik in een diepe depressie gegleden. Enkele ‘weggestopte’ trauma’s uit mijn jeugd werden blijkbaar getriggerd en kwamen in alle hevigheid naar boven. Dat proces voltrok zich niet van de ene dag op de andere.

Lees verder

Op een bepaald moment werd ik iedere dag in de loop van de voormiddag misselijk op het werk, zelfs in die mate dat ik bijna iedere dag moest gaan overgeven. Dat duurde enkele weken en ik begreep maar niet wat er aan de hand was. Ik heb toen o.a. een gastroscopie laten doen in de hoop dat iemand mij kon zeggen wat ik mankeerde, maar die was volledig ok.  Het ging na een aantal weken ook weer voorbij. Naderhand bleek dit waarschijnlijk een fysieke uiting van de emotionele problemen die volop bovenkwamen.

Ik voelde me steeds slechter in mijn vel, mijn lage zelfbeeld viel me plots ook in alle helderheid op, ik voelde steeds minder aansluiting bij anderen, huilde veel,... Werken ging al snel niet meer en hoe langer hoe minder lukte nog. Ik ging soms nog uit en dronk dan (te) veel maar de leegte binnenin voelde steeds dieper en niets of niemand kon die nog vullen. Vaak lag ik halve dagen in bed. Ik gedroeg me vaak ook cynisch en grof naar anderen toe, wat niet bijdroeg aan verbetering natuurlijk.

Via de huisarts kwam ik bij een goede therapeute terecht die ik wekelijks kon zien. Voor medicatie ging ik ook naar een psychiater. Toch kon dat niet verhinderen dat ik, na een overlijden van iemand die mij nauw aan het hart lag, helemaal in crisis ging. Het ging van kwaad naar erger en ik wist soms amper nog wat ik deed. Ik voelde ergens in mij  ook veel kwaadheid en dacht er steeds vaker aan om uit het leven te stappen. Anderen wisten niet meer hoe ze mij konden helpen.

Op een avond bracht een vriendin mij naar de crisisdienst van het ziekenhuis voor een korte opname. Daar kwam ik even tot rust. Een half jaar later ben ik nog eens een korte periode opgenomen. Alles tesamen ben ik anderhalf jaar niet  gaan werken en intensief in behandeling gegaan en kreeg ik medicatie. Het voelde vaak alsof ik in de hel zat en ik de uitgang niet meer vond.

Gelukkig werd ik wel goed opgevolgd en uiteindelijk kwam ik er stilaan toch weer bovenop. Ook dat ging heel geleidelijk. Langzaam maar zeker. Er zijn een heleboel dingen die hebben geholpen toen, o.a. de medicatie, de therapie en enkele vrienden. Ik kon het niet alleen, maar ik hoefde het ook niet alleen te doen. Ik begon ook weer meer dingen te doen, ook als ik er eigenlijk geen zin in had. Maar dan gaf ik het toch een kans. Geregeld was ik nadien blij dat ik me thuis niet alleen had opgesloten.  Na enkele jaren heb ik de medicatie ook afgebouwd.

Nu kan ik zeggen dat het sinds toen veel beter gaat. Natuurlijk is het leven niet enkel rozegeur en maneschijn. Maar ik heb een aantal handvaten voor mezelf ontwikkeld en aangereikt gekregen, om zo goed mogelijk te leren omgaan met problemen, negatieve gedachten en gevoelens. Een soort hervalpreventieplan voor depressie.

Als ik merk dat ik me echt slecht voel of er gebeurt iets moeilijks in mijn leven, dan zet ik nu een soort van stappenplan in werking dat me (tot nu toe toch) erg goed geholpen heeft. Voor mij betekent dat bewegen: wandelen, yoga of joggen. Extra structuur en regelmaat inbouwen:  voldoende slaap, gezond eten, niet teveel alcohol. Voldoende vrienden zien/bellen en erover praten.

Als ik niemand kan zien ook zelf dingen actief gaan doen en me niet thuis opsluiten, leren met mezelf te zijn. Ontdekken waar mijn interesses liggen en me daar vaak en veel mee bezighouden. Mindfulness oefeningen doen en ACT oefeningen toepassen. Een dankbaarheidsdagboek bijhouden alle dagen met 3 positieve punten die dag (kan ook de zon zijn die scheen of de poes knuffelen ).

In feite zijn dit dingen die ik sowieso voor het grootste deel in mijn leven heb ingebouwd, maar in moeilijke periodes intensiever en dan ook al deze stappen samen. Deze dingen werken echt voor mij.

En, niet onbelangrijk,  ik ben nog steeds in therapie. Niet meer omdat het broodnodig is de hele tijd, maar eerder als een soort mentaal en psychisch 'onderhoud' en om verder te kunnen groeien. Want ook al kan ik zeggen dat het al langer goed met me gaat, er blijft altijd ruimte over om verder aan mezelf te werken en beter te leren omgaan met allerlei valkuilen en mijn eigen sterktes hierbij te kunnen inzetten.

Kristof (32 jaar)

Ik sliep niet meer, ik had nachtmerries. Overdag had ik angst om ’s avonds terug weer niet te kunnen slapen. Ik had zorgen, gebeurtenissen uit het verleden staken de kop weer op. Ik kreeg het allemaal niet meer verwerkt. Ook het tegenovergestelde kan ook waar zijn: altijd moe, je door de dag moeten slepen, je uiterste best doen om toch maar recht te blijven staan, de energie loopt uit je weg...

Lees verder

Ik heb beide vormen gehad en ik kan zeggen dat met de juiste medicatie en begeleiding veel opgelost is geraakt. Het neemt tijd, depressie is een onder andere een gevolg van een lang opgehoopte niet verwerkte trauma’s voor mij althans. Wat in lange tijd fout gegaan is, kan niet in één keer op 1,2,3 opgelost worden. Neem de tijd die je nodig hebt, anders herval je misschien terug in je depressie, dat is mijn bevinding.

Mijn hulp kwam uit mijn omgeving, mede-lotgenoten en niet te vergeten de professionele omkadering. Ik ben en word nog altijd begeleid door een psychiater en een maatschappelijk werkster, ik ben niet te beroerd om dit toe te geven. Ook heeft een psycholoog mij opgevolgd voor traumaverwerking, om de oorzaak van mijn onwel zijn, een beetje te duiden. Op die manier kon ik beter met de gebeurtenissen van het verleden omgaan. Het verleden kan je niet veranderen, het heeft dus geen zin wrok te koesteren, je leert leven met hoe je nu bent en je kunt je verleden een plaatsje leren geven.

Ik word behandeld voor een stemmingsstoornis, met hoogtes en laagtes, ik praat hier enkel over de extremere laagtes in mijn stemming, de depressie. Ik krijg voor mijn stemmingsstoornis aangepaste medicatie en die werkt, er zijn wat bijwerkingen bij de behandeling met psychopharmaca. Deze neem ik er bij, als deze mij toelaten een comfortabel leven te leiden, zie ik die medicatie als 'comfortmedicatie'.

Ik ben vroeger al eens gestopt met mijn medicatie, met als gevolg dat ik nadien weer van onderaan naar boven kon klauteren. Wat dikwijls heel confronterend is. Dus mijn advies is, neem je medicatie in als je die nodig hebt.

Wees trouw aan je therapie, zorg voor een goede dag invulling. Eventueel iets wat minder stresserend is en waar je toch je ding in kunt vinden. Je hoeft je niet te schamen, of je zwak te voelen en je hoeft je niet te verantwoorden. Oordelen, veroordelen, beoordelen daar houd ik mij niet mee bezig. Het is voor mij eenvoudiger om te zeggen: ik ben wie ik ben en ik doe wat ik doe.

Mensen kunnen je moeilijk begrijpen omdat ze niet in je ziel kunnen kijken. Ze vangen signalen van psychisch leed niet of moeilijk op. Niet iedereen is even empathisch of medevoelend. Als is het ook maar één persoon in je omgeving, professioneel of niet, die begrip toont, is die persoon het waard om mee om te blijven gaan.

Katrien (35 jaar)

Mijn verhaal gaat van start op mijn 17 jaar, maar eigenlijk kan ik mijn leven in drie grote fases opsplitsen. Die van mijn geboorte tot mijn 17 jaar, van mijn 17 tot mijn 30 jaar, en dan tenslotte de laatste 5 jaar die mijn herstel ingeluid hebben.

Lees verder

Op mijn 17de zat ik in het vierde humane wetenschappen, worstelend met mezelf. Vooral dan omdat ik niet echt aansluiting vond bij mijn jaargenoten. Op sociaal vlak miste ik precies de vaardigheid van contact leggen. Maar in de toenmalige klas van mijn zus, 4 STW , zat een meisje waarvan haar achtjarige zusje door een verkeersgeluk was omgekomen. Zo onrechtvaardig als ik dit vond, leek ik totaal ontredderd. Ineens begreep ik dat de wereld erg broos was, en wij allen erg kwetsbaar.

Toch zag niemand dat ik eigenlijk in een depressie weggleed. Deze manifesteerde zich duidelijker in het begin van het vijfde jaar. Mijn schoolwerk liet ik voor wat het was. Ik kon me niet meer concentreren, en was bang om de grote wereld in te stappen. Toen zag ik alles vrij negatief. Dus ging ik letterlijk op de rem staan. Dat kostte mij dan ook mijn jaar, waar ik toen erg gelaten bij bleef. Vandaag de dag kijk gelukkig erg relativerend naar wat het leven ons biedt. Stel je voor dat je buiten loopt en er plots een piano op je hoofd valt...grapje, maar geef toe het helpt wel met humor naar het leven en zijn fragiliteit te kijken. Dat wil ik jullie verder in mijn verhaal als tool meegeven.

Op men 21ste levensjaar gebeurde de alom gekende terreurdaad in New York: 9/11, mijn ouders gingen dat jaar ook nog eens uit elkaar. En er kwamen toen ook pijnlijke familiale geheimen aan de oppervlakte. Toch had ik een sterke overlevingsdrang en kabbelde ik verder in mijn eerste jaar hogeschool toegepaste psychologie. Maar later overmande de faalangst me.

Ik kwam uit geen evidente familiale context, waarbij mijn vader er een autoritaire opvoeding op nahield, en mijn moeder zelf belast was met een gevoeligheid voor angstige depressies. Geen ideale cocktail als je ´t mij vraagt om sterk in je schoenen te blijven staan. Toch deed ik het.

Mijn schoolloopbaan liep verder van toegepaste psychologie naar animator in de bejaardensector, tot logistieke hulp. Zonder succes, telkens die faalangst! Dan maar aan de slag, van tandartsassistent, naar schoenverkoper, tot uiteindelijk in de schoonmaak. Niets gaf me voldoening, en het verliep ook niet exact in die volgorde. Het komt er op neer dat ik tot mijn 27 jaar aan het werk was, voornamelijk in de schoonmaak.

Daar luidde de tweede fase zich in. Mijn depressie brak volledig door op het werk, met suïcidale gedachten. Al waren die gelukkig niet erg concreet, het was meer een noodkreet. Dat vond mijn zus meer dan reden genoeg om mij te laten opnemen in het ziekenhuis. Er volgde na vijf weken PAAZ, dagziekenhuis, van waaruit ik solliciteerde bij de lokale politie en werd aangenomen als administratieve kracht. Even dacht ik terug op de rails te zijn, maar met wat ik daar inhoudelijk te verwerken kreeg, piekten mijn angsten zodanig, dat een eerste langdurige opname aan de orde was.

Het werd een lange zoektocht van korte en langdurige opnames en meerdere diagnoses. But hey, what´s in a name, die diagnose maakt niet wie ik vandaag de dag ben. Integendeel, ik sta los van mijn diagnose optimistisch in het leven. Maar dat lees je verder in mijn verhaal. Positief in die periode was het opnieuw oppikken van mijn studies, dit keer als schoonheidsspecialist. En met succes! Dan nog verder doorstromen in de richting medische pedicure. Eveneens met succes! Ineens twee extra diploma's op zak en een enorme boost voor mijn zelfvertrouwen. Ik kon wel degelijk iets tot een goed einde brengen, dacht ik opgelucht! Toch bleek de stap naar een betaalde functie nog even te groot.

In die periode was ik ook op zoek naar een geschikte woonst, wat niet van een leien dakje liep en zo kwam ik uiteindelijk uit bij beschut wonen, en man wat vond ik dat confronterend. Ik ben toch niet gek? Maar eerlijk, het was de beste stap die ik heb kunnen zetten in het kader van mijn verdere herstel.

En zo kondigt zich de herstelfase aan: van mijn 30 tot heden. Ik ben 35 nu, waarvan ik van mijn 33jaar tot de lente van 2016 beschut wonen als een mooie tussenstap heb afgerond. Die twee jaar brachten me rust en stabiliteit. Ik kon werken aan mijn toekomstdroom: het volgen van een opleiding ervaringsdeskundigheid, waarna ik gelijktijdig in het werkveld aan de slag ben gegaan. Nu, twee jaar later, doe ik dit 15 uur per week op vrijwillige basis, en vooral met hart en ziel. Mijn eigen verhaal kunnen inzetten om anderen te helpen, dat geeft zoveel voldoening.

Wie me daar bij geholpen heeft? Dat zijn mijn vrienden die onvoorwaardelijke steun boden, mijn tweelingzus, en enkele hulpverleners, die me de juiste duwtjes in de rug gaven. Ze gaven me de regie in eigen handen, leerden me mijn eigen tools hanteren, en bleven in me geloven! Wat me hierbij geholpen heeft is vooral tegen mezelf te zeggen, wanneer het eens minder ging :hey, morgen komt er een nieuwe dag!

De angst is een bondgenoot van me geworden, zo overmeestert ze me niet meer, ik bedank ze voor wat ze voor me doet! Ik heb leren luisteren naar de angst en andere signalen, die aangeven wanneer ik te veel hooi op mijn vork neem!

Dat is ook wat mijn hulpverleners me meegaven. Leer luisteren naar je lichaam, en ga de angst niet uit de weg. En zo ben ik waar ik nu sta. Naast relativeren, wat één van mijn tools is, bouw ik nu ook regelmaat in, voldoende nachtrust en een gezondere levensstijl met gezonde voeding en beweging. De toekomst? Over vijf jaar zie ik me betaald deeltijds aan de slag in de sector, herstelverhalen als deze voor scholen brengen, getuigenissen, vergaderen, netwerken en het taboe doorbreken. Psychisch eronder door gaan is geen schande, integendeel het maakt je sterker.

Zwakheden maken je niet zwak, maar juist compleet.

Dirk (42 jaar)

Zeven dagen op zeven werken per week was normaal voor mij. Beter, alles moest beter, nooit was het goed genoeg. Tot mijn ongebreidelde ambitie het liet afweten en ik van een burn-out in een depressie tuimelde, die minstens een jaar duurde. Nu wil ik nog altijd alles beter, maar wel anders dan vroeger. Het werk maakt nu deel uit van mijn leven, niet meer andersom.

Lees verder

'Het leven is werken, hard werken" zeiden mijn ouders altijd. Duizenden keren heb ik dat gehoord. De boodschap was duidelijk, als je niets presteerde dan was je ook niets. Mijn oudere broer zette zich daar tegen af. Van zijn 17 jaar gaf hij er de brui aan op school. Dat had helse ruzies tot gevolg. Ik zou bewijzen dat het anders kon. Ik zou mijn ouders tevreden maken. Ze zouden fier zijn op mij. Tenminste dat hoopte ik. Ik werkte hard voor school en werkte mee in hun zaak. Dat vonden ze vanzelfsprekend. maar voortdurend had ik het gevoel dat wat ik ook deed, niet goed genoeg was.

Ik nam de zaak over en ging op eigen benen staan. De zaken gingen lange tijd goed. Ik floreerde, had succes, maar ergens bleef de onzekerheid knagen. Ik kon het niet verdragen dat er fouten gemaakt werden door medewerkers, die ik streng controleerde. Maar niemand wist dat ik mezelf veroordeelde voor het minste dat mis ging. Ook mijn vrouw niet. Ze zag me dan ook maar zelden...

Ik geraakte overspannen, voelde me uitgeput en opgejaagd tegelijk. Bijna elke dag kreeg ik een woedeaanval. Zelfs tegenover klanten moest ik me inhouden om ze niet voor sukkels uit te schelden. Toen ik last kreeg van pijnlijke steken in mijn borstkas, ging ik naar mijn huisarts. Die adviseerde me het kalmer aan te doen. Van de weeromstuit begon ik stiekem allerlei stimulerende middelen te slikken. Ik zou doorgaan en iedereen tonen dat ik niet klein te krijgen was...

En toen gebeurde het. Toen ik 's morgens wakker werd kon ik niet opstaan. Helemaal geblokkerd. Een drukkend gevoel op mijn borst maakte me angstig. Ging ik dood? Dagen ben ik in bed blijven liggen. Wilde niemand zien. Alles was onecht. Dat heeft maanden aangesleept. Uiteindelijk gaf ik me gewonnen en begon de pillen te slikken die mijn huisarts me voorschreef. De druk in mijn hoofd werd minder zwaar. Ik ging zelfs met een psycholoog praten, op aanraden van een zakenkennis.

Die psycholoog wilde ik eerst op de rooster leggen. Ik voelde mijn vechtlust terugkomen en reageerde gepikeerd op elke vraag die hij stelde. Daar ging hij echter niet op in. Kaatste de bal terug. Om een lang verhaal kort te maken: ik kwam er stilletjesaan achter dat ik mezelf voortdurend op de rooster legde...

Ondertussen gebeurde er ook thuis heel wat. Toen het met mij iets beter begon te gaan, liet mijn vrouw verstaan dat ze wilde scheiden. Even leek het of ik terug alle grond onder de voeten verloor. Maar toen geraakten we aan de praat. Voor het eerst, leek het wel. Ik kwam tot het besef dat ik haar tot dan toe enkel gezien had als deel van mijn 'business plan'. Er knapte iets in mij. Er kwamen gevoelens los waarvan ik niet eens besefte dat ik ze had. Mijn koude, berekende zelf zakte in elkaar. En dat was achteraf gezien, een doorbraak ten goede...

Ondertussen heb ik mijn leven weer wat op orde. Tenzij er noodgevallen zijn, probeer ik mijn avonden en weekends vrij te houden. Ondertussen was immers ook gebleken dat mijn medewerkers capabel genoeg zijn, ook zonder dat ik hen voortdurend op de huid zit. Mijn vrouw geeft onze relatie opnieuw een kans. Minstens 1 keer per maand 'laten we de boel de boel' en trekken erop uit. Ik leer van kleine dingen te genieten en kan soms zelfs even tevreden zijn over mezelf.

Af en toe ga ik nog eens met de psycholoog praten. Dat is een nu een soort check-up voor mij. Ik hoor nog vaak dat stemmetje in mezelf dat erop hamert dat het niet goed genoeg is wat ik doe. Maar ik volg het niet meer. Als ik het vaak begin te horen, dan weet ik dat het tijd is om gas terug te nemen. Om iets anders te doen. Ik ga dan met de hond wandelen ofzo, en concentreer me op alles wat ik zie. Wandelen brengt me tot rust. Soms wordt het zelfs stil in mijn hoofd. Leven kan best leuk zijn...

Peter (38 jaar)

Herstellen van een depressie vereist actie, maar het nemen van actie wanneer je depressief bent is moeilijk. In feite moet je denken over dingen die je moet doen om je beter te voelen, of je gaat plannen een wandeling te maken, maar beiden zijn vermoeiend.

Lees verder

Het waarom is: de minder werkende controle over jezelf. De daarbij horende sleutel is: stap voor stap. Een beter gevoel creëren kost tijd, doch elke dag een stap in de goede richting brengt met zich mee dat je een positieve keuze voor jezelf hebt gemaakt. Ook al besef je het niet direct.

Wat zijn mijn tools?

Allereerst is het belangrijk dat je opvolging krijgt van je hulpverleners, psycholoog en/of psychiater. Dat een goede band ontstaat met iemand waar je een goed gevoel bij hebt, die je op je gemak stelt en de gepaste empathie uitstraalt.

Een dagelijkse focus leggen op één bepaalde taak, die wisselt van dag tot dag. Bijvoorbeeld "ik ga een wandeling maken", de dag nadien bijvoorbeeld "één kamer opruimen", enzovoort.

Gebruik maken van geschreven nota's die je ophangt waar je ze veel ziet.

Afleiding zoeken hoe kort het ook mag zijn, lezen, muziek luisteren, schrijven, tekenen, enzovoort...

Sociaal contact zoeken door een cursus te volgen, activiteiten mee te doen, vrijwilligerswerk,...

Negatieve invloeden vermijden, wat in deze digitale leefwereld moeilijk is, maar het kan. Negatieve berichtgeving in kranten, radio, tv en internet zijn dagelijkse kost, maar bevorderen onbewust je neerslachtigheid. Zo had ik bij het lezen van de krant 's morgens op internet, dikwijls de drang om te antwoorden of mijn ziel uit spuwen op reacties van lezers op bepaalde artikels. Nefast want het wekte woede, stress en negativiteit bij mij op.

Wat ik dan soms wel deed was op Youtube naar filmpjes kijken over bloopers, verborgen camera's enzovoort... Dan kon ik spontaan in een lach schieten, ook al kwam dat pas na 10 filmpjes.

Ook geen foto albums van vroeger bekijken, dat maakt je alleen maar neerslachtig. Zeker na een echtscheiding, overlijden of wat dan ook.

Positief denken, trachten uit te zoeken wat je nog graag zou willen doen in je leven. Desnoods op papier zetten, uitwerken en toetsen op de haalbaarheid, ongeacht je ziektebeeld of financiële toestand. Ergens zit er wel iets tussen dat je gaat aanspreken en waar je kan naar toe werken. Zo heb ik een project uitgewerkt dat al een paar jaar voor mijn depressie was ontstaan. Doch door omstandigheden nooit in de juiste vorm gegoten en onder het stof beland. Nu is het op enkele details na, realiteit geworden.

Voor wie graag leest is het boek 'Je kan Anders van Roland Rogiers', uitgeverij Academie press, echt een aanrader. Het heeft mij veel bijgebracht.

Er zitten standaard tools tussen die ik toepas en toegepast heb, en die ook doeltreffend waren. Niet elke persoon zal hier baat bij hebben omdat elke depressie en de karakters van mensen verschillend zijn. Ik zelf heb ook periodes doorgemaakt waarin niks me kon boeien of helpen. Maar ik ben van nature een koppigaard en een doorzetter, en het helpt me het lichtje in de tunnel te volgen. Maar toch komt het nog voor dat de tunnel een korte bocht maakt en ik het lichtje niet meer zie. Dan kan ik even wat wegzakken en de moed verliezen. Ik wacht dan tot 's anderdaags en stap wat vlugger tot ik het lichtje weer vind...

Naima (53 jaar)

Ik had een eerste depressie na de bevalling van mijn dochter. Ik moest blij zijn, maar voelde me totaal opgebrand. Gelukkig kreeg ik hulp van mijn zus. Daar ben ik haar nog altijd ontzettend dankbaar voor. Zelf wilde ik alleen maar slapen, weg zijn... Ik dacht dat het nooit zou over gaan.

Lees verder

Maar het ging wel over. Dat heeft me geholpen toen ik later opnieuw een depressie kreeg. Mijn oudste dochter trouwde en ik bleef achter met een leeg huis. Mijn man was veel weg en alleen met zijn zaken bezig. Hij dreigde met echtscheiding. Ik kreeg hierover verwijten van mijn familie. Ze zeiden dat ik hen tot schande maakte. Ik stortte in elkaar, van de ene dag op de andere.

Mijn zus wilde me opnieuw helpen, maar had toen weinig tijd. Ze had zelf problemen. Ze vond dat ik naar de huisarts moest gaan. De huisarts was heel vriendelijk en wilde pillen voorschrijven. Dat zag ik niet zitten. De vorige keer hadden pillen me nog slechter doen voelen. Toen raadde ze me aan om naar een CGG te gaan. Dat wilde ik wel proberen, zo lang mijn familie er maar niet achter kwam.

Ik moest lang wachten voordat ik de psychologe kon zien die ze mij toegewezen hadden. Ondertussen kon ik me troosten met de gedachte dat de depressie voorbij zou gaan. Net zoals vorige keer. Het was iets waar ik me aan vast klampte. Ik dwong mezelf elke dag om op te staan en voor het huishouden te zorgen. Af en toe kwam mijn zus langs. Dat hielp om het piekeren te doorbreken. Anders dan bij mijn vorige depressie had ik daar nu veel last van. Ik zag ook heel de tijd beelden terug van vroeger, dingen waar ik niet aan wilde denken...

Mijn gesprekken bij de psychologe waren heel belangrijk voor mij. Ze luisterde heel geduldig naar wat ik te vertellen had. Dat was heel vreemd. Ik had nog nooit zoveel gepraat. Maar ik vertrouwde haar. Ze raadde me aan om buitenshuis iets te gaan doen. Daar zag ik eerst tegenop. Maar uiteindelijk ben ik met bloemschikken begonnen. Daarna kwam daar nog tekenen bij. Vooral in het tekenen kon ik veel kwijt.

Na 8 maanden begon ik me beter te voelen. Dat wil zeggen: ik kon terug lachen. Met mijn zus, met de vriendinnen op de tekenschool, met mijn kinderen,... De last die op mij drukte werd minder zwaar. Zelfs mijn man merkte op dat het beter met mij ging. Dat deed me ook goed. We waren elkaar een heel lange tijd kwijt geraakt. Hij begon zich anders te gedragen, was geduldiger en bleef meer thuis. Soms praatte hij over zijn problemen met de zaak. En ik over mijn tekenschool. Ik kreeg zelfs complimenten over mijn tekeningen. Maar sommige liet ik niet aan hem zien. Die waren te persoonlijk, al wist ik dikwijls zelf niet goed wat ze betekenden.

Het gaat nu veel beter met mij. Ik vind het wel heel belangrijk om buiten te blijven komen en contacten te hebben. Zeker als het eens minder goed gaat. Dan heb ik dat vooral nodig, ook al kost het wat meer moeite.

Mijn boodschap is: een depressie is heel zwaar, maar ze gaat over. Niet vanzelf. Iemand in vertrouwen kunnen nemen is heel belangrijk. Iets doen is ook belangrijk. Anders verdwijn je helemaal in die diepe put. Zelf moest ik ook beter begrijpen wat er met mij gebeurd was vroeger. Dat ik daar geen schuld aan heb. Dat ik mag lachen...

Kaarin (36 jaar)

Ik ben Kaarin, mijn bijnaam was...

Lees verder

Mijn bijnaam was puntkomma. Dat betekende dat ik het “punt” was dat met het paard reed. Het kleine meisje dat men amper zag zitten op het paard, maar wel hoorde, en vooral het paard de baas kon. Het paard was de “komma”.
Ik kreeg de kans om vanaf 6-jarige leeftijd veel paard te rijden. De acrobaat in mij op deze jonge leeftijd bracht veel los, …..mijn uitbundigheid, levendigheid, speelsheid, maar ook evenwichtigheid.

Mijn bijnaam was ook slachtoffer van een moeilijke gezinssituatie.
Mijn moeder was enerzijds een temperamentvolle vechter en harde werker voor het gezin. Maar anderzijds daagde ze als een echte furie mijn vader uit. Mijn vader was enerzijds een charmante , verbaal sterke figuur, maar anderzijds leed hij aan hoogheidswaanzin, manipulatie, liegen, etc…Hij was weinig aanwezig in het huisgezin, hij was directeur bij een bekende firma maar kwam wegens gesjoemel in de gevangenis terecht. Daarbovenop zou ook drank een rol spelen bij zijn agressie en emoties: dingen vlogen in het rond. We verhuisden tot zeven maal toe. Het was een vlucht voor zijn imago en misplaatste fierheid. En ik werd er bijzonder angstig door. Waardoor ik als kind een overlevingsstrategie heb ontwikkeld in al deze moeilijke omstandigheden.

Mijn bijnaam was zwetten duvel.
De duivel in mij leerde mijn ex-man kennen tijdens het badminton. Het ging razendsnel, we werden verliefd en kregen snel een kindje Nele. Wegens te privé wil ik hier niet verder op ingaan, maar hetzelfde patroon dat ik thuis meegekregen heb, herhaalde zich in mijn eigen relatie. Het kwam dan ook tot een vechtscheiding. Ik hoop van harte dat Nele hiervan niet de gevolgen zal dragen.

Mijn bijnaam is ook suïcidaal, .
Een laag zelfbeeld, een vat vol angsten en pijn, verdriet, onmacht. Allemaal omdat het verkeerd liep in mijn leven. Toch heb ik mij hier doorheen geslagen vooral omdat ik een overlever ben.

Mijn bijnaam is dan ook een vechter, mijn leven geef ik niet zomaar op. Ik liet mij opnemen in Kortenberg waar men mij vooral structuur bijbracht. Men leerde me omgaan met mijn impulsieve gedragingen en gaven mij inzichten in mijn zwart/wit gedachten. Men stimuleerde mij en gaf mij bijkomende kansen in mijn kunst, in wie ik ben als kunstenaar.

Ik werd goed omringd en de dagen werden opgevuld door steun van het zorgoverleg tussen de psychiater, psycholoog, het jonge kind, Springplank-Plus, psychiatrische verpleegkundige, OCMW. Bij Springplank-Plus heb ik Bert leren kennen. Bert is mijn begeleider, een man met veel empathie en inzichten in ziektebeelden. Hij blijft mij steeds ondersteunen en heeft samen met mij in het verleden vrijwilligerswerk gezocht als onthaal medewerkster in het Brusselse, nabij het Groot Eiland. Daarna heb ik samen met Bert gezocht naar de geschikte opleidingen zoals o.a bij Wisper, waar ik eveneens een opleiding heb kunnen volgen over beeldende kunst in Leuven. Daarnaast heb ik ook genoten van de opleiding, het voortraject als Ervaringsdeskundige van Uilenspiegel. Twee jaar later ben ik nog aan de Hogeschool begonnen in Heverlee. Hier ben ik nog steeds met een opleiding als Ervaringsdeskundige bezig, die in volle groei zit. De opleiding in Heverlee zal nog een tijdje duren voor ik afgestudeerd raak. Hopelijk lukt mij dat, alleszins ga ik ervoor. Het is en blijft een positieve vooruitgang en vooral ongelooflijk boeiend en leerrijk.

Mijn ultieme en recentste bijnaam is begeleidster van ArtEco en beeldend kunstenaar.
Ik ben vrijwilliger, lotgenote en ervaringsdeskundige van ArtEco. Het kunstproject ArtEco betekent ART van kunst en Eco van Ecologie. Het is een kunstproject voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, om mensen samen te brengen die graag aan kunst wensen te doen. Zelf vind ik het belangrijk om mensen die sociaal afhaken in de maatschappij, zoveel mogelijk kansen te bieden. Hun nieuwsgierigheid te motiveren naar hun kwaliteiten en krachten. Er voor zorgen naar laagdrempeligheid, open en verbindend werken in communicatie en kunst. Ik wil ze hierbij graag positief en constructief begeleiden.

ArtEco is niet noodzakelijk een kunstproject waar je achtergrond moet hebben van kunst. De essentie is dat je graag aan kunst wil doen, dit is de ideale plek. Men kan er zichzelf zijn, waar men zich veilig en vertrouwd voelt en waar er geëxperimenteerd kan worden met afvalmaterialen, o.a. brol zoals mijn moeder het benoemde, verf en nog veel meer... De deelnemers en ikzelf proberen rond te komen met een laag budget, we overleven met de nodige en geschikte materialen die we ter beschikking hebben, krijgen. Het Kunstproject ligt mij nauw aan het hart, het is mijn tweede kind. Dat mijzelf tot rust brengt zowel fysiek als mentaal. Het geeft de deelnemers en mijzelf de mogelijkheden om onze Krachten, emoties, angsten, verdriet, vreugde, impulsen alsook ons eigenheid en vrijblijvendheid te kunnen ontwikkelen en ons de kansen geeft om verder te kunnen groeien in de kunst.